‘Tom at the Farm’: Thriller over homohaat

De nog alti­jd maar 25-jarige Cana­dese film­ma­ker Xavier Dolan is gekend voor zijn hoog wer­kritme en zijn ste­vige stel­lin­gna­men. “U veroor­deelt geen homo­sek­sue­len maar ik veroor­deel imbe­cie­len” twit­terde hij rich­ting Chris­tine Bou­tin toen de Franse poli­ti­ca homo­sek­sua­li­teit “een gru­wel” noemde. Zijn vierde film, Tom at the Farm, rekent via een sfeer­volle thril­ler even krach­tig af met homo­haat.

Het was toch weer even schrik­ken toen De Mor­gen op dins­dag 15 april titelde “De homo­ha­ter was zelf homo” en daa­ron­der schreef over een homo­fobe bis­schop die aan kin­de­ren zat. Kor­tom, de Neder­landse moraal­rid­der Gij­sen was een pedo­fiel en dat is heel iets anders dan een homo. Schan­de­lijk en bepaald ach­ter­lijk van onze kwa­li­teits­krant maar ook een teken dat er nog een hele weg te gaan is voor de gees­ten echt vrij zijn.

Ook de jonge cineast Xavier Dolan kan er van mees­pre­ken. Dat hij van zijn homo­sek­sua­li­teit nooit een geheim maakte werd hem niet alti­jd in dank afge­no­men. Enkele cri­ti­ci schri­j­ven maar wat graag over de sterk wis­se­lende kap­sels die de acteur-sce­na­rist-regis­seur zich aan­meet in zijn films om hem van obses­sief nar­cisme te bes­chul­di­gen.

Waar col­le­ga-kame­leons sinds de heroïsche Raging Bull-act van Robert de Niro gepre­zen wor­den om hun gedre­ven­heid, beroep­sernst en trans­for­ma­tie­ver­mo­gen wordt Dolan wei­nig sub­tiel door­ver­we­zen naar een psy­chia­ter. Want er moet wel iets mis zijn in de boven­ka­mer van deze jonge dan­dy, hoor je hen den­ken.

Dolans nieuwste, Tom at the Farm (of Tom à la ferme), is een adap­ta­tie van een toneel­stuk van de in Qué­bec popu­laire auteur Michel Marc Bou­chard en onder­zoekt naast het boch­tige par­cours van de liefde ook de impact van geweld en onver­draag­zaam­heid op indi­vi­duen die voor hun sek­suele geaard­heid uit­ko­men. Niet via een fil­misch j’ac­cuse maar via een veron­trus­tende thril­ler.

Een ver­moeide won­der­boy

Dat Tom at the Farm het bij zijn release in Qué­bec matig doet, is geen ver­ras­sing. Xavier Dolan is in eigen land een media­fi­guur en wordt door cine­fie­len op han­den gedra­gen maar geen van zijn films kende ooit com­mer­cieel succes. “Ik zou graag eens een film maken die men­sen ook gaan zien” liet Dolan opte­ke­nen toen hij in zijn tweede vader­land Fran­krijk zijn vierde film kwam voors­tel­len.

De acteur, sce­na­rist en regis­seur oogde daar­bij wat ver­moeid. Geen won­der, want met J’ai tué ma mère, Les Amours Ima­gi­naires, Lau­rence Any­ways, Tom at the Farm en (het voor het Film­fes­ti­val van Cannes gese­lec­teerde) Mom­my legde hij op zijn 25ste al een ste­vig par­cours af.

Als zoon van een zan­ger en acteur van Egyp­tische afkom­st en een Cana­dese moe­der die jaren werkte als amb­te­naar in de onder­wi­js­sec­tor figu­reert de Cana­dese won­der boy al sinds zijn vierde in clips en maakte hij als twin­tig­ja­rige zijn opwach­ting in Cannes met het psy­cho­dra­ma J’ai tué ma mère (2009) dat samen met de in daa­rop vol­gende fes­ti­va­le­di­ties ver­toonde Les Amours Ima­gi­naires (2010) en Lau­rence Any­ways (2012)uitgroeide tot­zi­jn ‘tri­lo­gie van de onmo­ge­lijke liefde’.

De ver­dienste van Dolan was dat hij bij die eerste drie films bleef ver­ras­sen door stee­vast van genre te wis­se­len, door te swit­chen tus­sen hyper­sti­le­ring en natu­ra­lisme en door melo­dra­ma­tische verha­len op tel­kens andere visuele en muzi­kale wij­zen te ver­tel­len.

Toen Lau­rence Any­ways werd gepre­zen omwille van zijn vol­was­sen­heid en fout­loo­sheid groeide bij cine­fie­len de ang­st dat Dolan de gevan­gene zou wor­den van zijn eigen ‘sys­teem’, van zijn eigen aca­de­misme en niet lan­ger films zou maken die wrin­gen, die onaf en rauw ogen maar voo­ral ook een eigen invul­ling geven aan film­con­ven­ties en gen­re­re­gels.

Dolan trapte ech­ter niet in de val en koos voor het snel gedraaide en authen­tiek gefilmde Tom at the Farm. Met 17 draai­da­gen, een ultra-low bud­get, geheime opna­men, een beperkte loca­tie (een boer­de­rij met zijn keu­ken en stal plus een café), een mini­maal kleu­ren­pa­let (veel bruin en groen), sobere maar bek­lem­mende actie en een veron­trus­tende sfeer bli­jft de cineast dicht bij zijn expe­ri­men­tele roots.

“Ik moest een blik­sem­sce­na­rio heb­ben voor snelle opna­men” stelt Dolan, die schi­jn­baar zijn klas­sieke art house-film inruilt voor een B‑film. Maar deze psy­cho­lo­gische thril­ler die draait rond de sado­ma­so­chis­tische confron­ta­tie van twee man­nen – waar­bij de grens tus­sen gedo­mi­neerd wor­den en domi­ne­ren ver­vaagt – bli­jft het soort uit­da­gend dra­ma waar­mee de cineast zich al eer­der liet opmer­ken.

Tom at the Farm sni­jdt ver­trouwde the­ma’s zoals ver­lan­gen, ver­lies en ver­bon­den­heid aan en vers­tren­gelt daar­bij (onder­drukte) sek­sua­li­teit en (onde­rhuids) geweld, sen­sua­li­teit en drei­ging. Het is een moderne film noir als ode aan de Britse groot­mees­ter Alfred Hit­ch­cock ; heer­lijk ambi­gu, intri­ge­rend en mees­le­pend.

Zijn vol­gende film, Mom­my, maakt de cir­kel opnieuw rond. Het verhaal gaat (zoals zijn auto­bio­gra­fische debuut­film J’ai tué ma mère) over een moei­lijke moe­der-zoon rela­tie (een moe­der kri­jgt de hoede over een ‘pro­bleem­kind’) en belooft weer rauw van toon te zijn.

Maar alhoe­wel hij zich niet in een crea­tieve impasse bevindt, voelt Dolan zich moe. “Ik heb veel ideeën en afge­werkte sce­na­rio’s maar ik moet even stop­pen omdat ik uit­ge­put ben,” stelt de cineast. “Tus­sen mijn 20 en 25 jaar heb ik een abnor­maal zij het bevre­di­gend leven geleid. Toch voel ik ook een gemis. Ik heb zin om het leven van een jon­gere van 25 tot 30 jaar te lei­den”.

Gevan­gen op de boer­de­rij

De stee­vast tus­sen ultra-roman­tiek en hyper­rea­lisme bewe­gende regis­seur opent Tom at the Farm met het beeld van enkele op papier ges­chre­ven zin­nen. Woor­den waar­mee Tom, een in een grote metro­pool levende jonge recla­mes­pe­cia­list, afscheid tracht te nemen van zijn vriend Guillaume.

Even later zien we de treu­rende blonde jon­ge­man het plat­te­land van Qué­bec door­krui­sen op weg naar de begra­fe­nis van zijn tra­gisch veron­ge­lukte geliefde. Op de fami­lie­boer­de­rij geraakt hij in de greep van de bezit­te­rige moe­der Agathe en de homo­fobe broer Fran­cis.

Het wordt snel dui­de­lijk waa­rom Guillaume het plat­te­land ontv­lucht was : zijn moe­der weet niet dat hij homo­sek­sueel is (of ontkent het) — een ver­zon­nen hete­ro­sek­suele rela­tie met een col­le­ga vers­terkt de illu­sie (lees : leu­gen) — en zijn onge­huwde en een­zame broer gedraagt zich bru­taal, drei­gend en vijan­dig.

Rou­wen blijkt enkel moge­lijk wan­neer leu­gens niet door­prikt wor­den, onuit­ges­pro­ken gevoe­lens onuit­ges­pro­ken bli­j­ven en de los­ges­la­gen macho Fran­cis zijn ding kan bli­j­ven doen. Ver­driet is nauw ver­bon­den met schi­jn en illu­sie.

Tom wordt ver­plicht te zwi­j­gen over het fami­liale geheim (Guillau­me’s homo­sek­sua­li­teit) en met lichte dwang opge­no­men in het gezin. De gij­ze­laar ver­toont snel het Stock­holm-syn­droom ; hij sym­pa­thi­seert zo sterk met moe­der en zoon dat hij hun spel mees­peelt en vrien­din Sara inscha­kelt om de leu­gen in stand te hou­den.

Agres­sie en zelf­ver­nie­ti­ging gaan daar­bij hand in hand. Een gru­wel­ve­rhaal en het lit­te­ken van een slach­tof­fer zijn nodig voo­ra­leer Tom opnieuw zijn ver­trouwde ste­de­lijke chaos opzoekt om (let­ter­lijk) het licht op groen te zet­ten voor een nieuw leven.

Het is de tra­gische macho Fran­cis, die als ‘bewa­ker’ de eigen boer­de­rij omto­verde in een gevan­ge­nis waa­rin hij zich­zelf ops­loot, die vert­wi­j­feld en wan­ho­pig ach­ter­bli­jft. Met zijn trau­ma’s, schuld­ge­voe­lens en onder­drukte ver­lan­gens. Als gevan­gene van een op ang­st gebouwde homo­fo­bie, als een leeuw die over en weer loopt in zijn kooi.

Gevaar en drei­ging

Tom is een speelse ver­lei­der en aan­van­ke­lijk ver­schaft mee­doen aan de mas­ke­rade hem ple­zier en vol­doe­ning. Maar hij trapt in zijn eigen val en geraakt gevan­gen in de rol die hij zich laat opdrin­gen. Vluch­ten blijkt moei­lijk. En gevaar­lijk. Ook al omdat de natuur niet zijn habi­tat is.

Resul­taat is een bizarre thril­ler met per­so­nages die gron­dig van elkaar ver­schil­len maar zich niet lij­ken te kun­nen los­ruk­ken van elkaar en een intrige die naar het ach­ter­plan ver­we­zen wordt door de onder­lig­gende emo­ties en de gees­ten uit het ver­le­den waar­mee de pro­ta­go­nis­ten wors­te­len.

Tom at the Farm is een com­plex pareltje van sus­pense en span­ning. Mede door­dat alle per­so­nages een vat van tegens­tel­lin­gen en wis­se­lende emo­ties zijn. Agathe lijkt af te ste­ve­nen op lou­te­ring om dan plots te explo­de­ren (“on ne meurt pas à 25 ans!”), Fran­cis is een geweld­da­dige macho maar ook een wat trieste een­zaat en Tom lijkt eerst ont­zet (ang­stig) en daar­na gefas­ci­neerd (opge­won­den) door het spel dat de boer­de­ri­j­be­wo­ners opvoe­ren.

De ver­war­ring heeft alles te maken met het feit dat de pro­ta­go­nis­ten zich ver­lie­zen tij­dens een rouw­proces. Zo komt Tom op de boer­de­rij dicht bij leven en dood. Hij brengt mee een kalfje op de wereld en wordt ach­ter­volgd in een koren­veld (een North by Nor­th­west-kni­poog).

Boven­dien gaat hij twi­j­fe­len aan zijn ver­lan­gens en aan hoe gevaar­lijk Fran­cis echt is. Ver­scheu­rende rouw, ver­lan­gen naar een ersatz-broer en een duis­ter ver­le­den zor­gen bij die drift­kik­ker voor een geweld­da­dige cock­tail.

Wat leidt tot bizarre (de in een drug­sroes uit­ge­voerde tan­go) en dub­bel­zin­nige (een wur­ging die lijkt op een omhel­zing) scènes, tot gehei­men die onthuld wor­den en mys­te­ries die bewaard bli­j­ven. Plus tot een waaier van reac­ties bij Tom : paniek, opwin­ding, ontred­de­ring, berus­ting, wan­hoop en vlucht.

Maar ook bij Agathe (woe­dend omwille van de dood van haar zoon en tege­lijk gefrus­treerd omdat ze hem onvol­doende bleek te ken­nen) en Fran­cis (die een dis­func­tio­neel gezin tracht te recreë­ren door Tom te ‘adop­te­ren’ maar tege­lijk deze indrin­ger wil uit­scha­ke­len) zijn de emo­ties com­plex en de daden dub­bel­zin­nig.

Kat- en muiss­pel

Via het spel van aan­trek­ken en afsto­ten tus­sen Fran­cis en Tom bena­drukt Tom at the Farm dat man­ne­lij­kheid in een ste­de­lijke omge­ving anders erva­ren wordt dan in een lan­de­lijke omge­ving. Waar­door man­nen op een andere manier met zich­zelf en hun leef­we­reld in de knoop gera­ken.

Heel veel speelt zich daar­bij af in de geest en Dolan creëert dyna­miek tus­sen de objec­tieve en sub­jec­tieve aspec­ten van de film. In een droo­mach­tige sfeer ver­schi­j­nen en verd­wi­j­nen per­so­nages alsof ze uit de ver­beel­ding opbor­re­len, onts­taat karak­ter­ge­dre­ven sus­pense en leve­ren com­plexe emo­ties veron­trus­tende span­ning op. Resul­taat is een uit­da­gende Hit­ch­co­ckiaanse thril­ler.

Dolan gaat ook behoor­lijk sub­tiel te werk. Hij maakt onver­draag­zaam­heid en homo­fo­bie heel men­se­lijk. Zo is Fran­cis meer dan het cli­ché “de homo­foob die zelf homo was”. Niet de (moge­lijke) homo­sek­sua­li­teit van Guillau­me’s broer inter­es­seert Dolan maar wel het sys­teem van ang­st, haat en repres­sie dat de homo-vijan­dige sfeer creëert en zowel de homo als de homo­foob in een gru­we­lijke gevan­ge­nis ops­luit.

Tege­lijk maakt Dolan de span­ning bij momen­ten ook ondraa­glijk. Tij­dens een ach­ter­vol­ging in de natuur dreigt geweld, het ver­schil tus­sen omhel­zing en wur­ging dreigt te verd­wi­j­nen en de uitein­de­lijke vlucht is tege­lijk ijzing­wek­kend span­nend en lou­te­rend.

Tom at the Farm is een veron­trus­tende lyrische thril­ler waa­rin doden en leven­den ver­bon­den bli­j­ven door leu­gens en ver­lan­gens. Een mix van melo­dra­ma, hor­ror en psy­cho­dra­ma dat een zoveel­ste varia­tie is op Dolan’s favo­riete the­ma : liefde als vaak nacht­mer­rieach­tig ver­zin­sel.

Tege­lijk is Tom at the Farm ook een film vol wis­se­lende stem­min­gen (na een sus­pense-scène volgt de ludieke tan­go-scène tus­sen Tom en zijn schoon­broer) die afrekent met homo­fo­bie en die homo­sek­sua­li­teit, zoals het hoort, heel natuur­lijk voors­telt. Net zoals die andere onor­tho­doxe thril­ler, Alain Gui­rau­die’s L’in­con­nu du lac.

Door Ivo De Kock op dewereldmorgen.be